FORUM

Bezoekadres Kanaalweg 86 3533 HG Utrecht

Postadres Postbus 201 3500 AE Utrecht

Telefoon 030 - 297 43 21 Internationaal: +31 30 297 43 21

De multiculturele samenleving in Cijfers & Feiten: Demografie

1. Demografie

 

Cijfers en feiten over de multiculturele samenleving gesignaleerd in artikelen uit landelijke kranten en opiniebladen en ingedeeld volgens de thema’s waar FORUM zich mee bezighoudt.

1e kwartaal 2012

 

Per thema staat er een kernachtig overzicht van de artikelen met cijfers en/of feiten.

Onderaan de tekst van elk artikel staat de bron van het artikel (naam krant, datum en kop van het artikel).

 
Dit thema gaat over feiten en cijfers die betrekking hebben op de samenstelling, ruimtelijke spreiding en omvang van de verschillende groepen in Nederland.
  • Het aantal asielaanvragen is vorig jaar gedaald, maar de toestroom van kennismigranten is gegroeid. Dit blijkt uit de cijfers over 2011 van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). Volgens IND-hoofddirecteur Rob van Lint is de afname van het aantal asielaanvragen het gevolg van het aanpakken van fraude en misbruik vooral onder Somalische asielzoekers. In 2010 vroegen nog 12.700 mensen asiel aan in Nederland. Vorig jaar waren dat er 11.300. In totaal nam de IND beslissingen over 25.240 gevallen, ook van asielzoekers die nog in de procedure zaten. In totaal hebben daarvan 8400 een verblijfsvergunning gekregen. Kwamen de meeste aanvragen in 2010 nog van Somaliërs, nu zijn Afghanen de grootste groep.
    (De Telegraaf, 21 maart 2012, Meer knappe koppen naar Nederland)
  • Kennismigranten maken maar een beperkt deel (ruim 12%) uit van het totaal aantal verblijfsvergunningen dat de IND verstrekt. Vorig jaar werden 48.550 reguliere vergunningen verleend. De grote bulk van de aanvragen, 22.400 in 2011 (zo n 40%), heeft betrekking op gezinsvorming en -hereniging. Goede tweede zijn de studenten, met 11.700 aanvragen (circa 20%). Daarna volgen de kennismigranten, en de arbeidsmigranten (ruim 5%). Bij die laatste groep gaat het om lager opgeleide werknemers van buiten de EU. Naast aanvragen voor een verblijfsvergunning handelt de IND ook asielaanvragen af. Dat aantal is vorig jaar gedaald, van 12.700 in 2010 naar 11.300. Nederland is daarmee binnen de EU gezakt van de zesde naar de achtste plaats op de ranglijst van landen die de meeste asielzoekers opnemen. (Het Financiële Dagblad, 21 maart 2012, Kennismigranten weten de weg naar Nederland weer te vinden)
  • Het aantal Nederlanders met een dubbele nationaliteit neemt toe. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
    Bijna 1,2 miljoen mensen waren op 1 januari 2011 in het bezit van zowel een Nederlands als minimaal één ander paspoort. Dat zijn er 40 duizend meer dan het jaar daarvoor. Gezien deze stijgende aantallen verwacht het CBS dat het aantal 'met twee paspoorten geboren baby's' de komende jaren alleen maar zal toenemen. Het aantal Nederlanders met twee paspoorten neemt vooral toe door geboorte. In 2010 werden 24 duizend kinderen geboren van wie een van de ouders behalve de Nederlandse ook een niet-Nederlandse nationaliteit heeft. Hierdoor kregen deze kinderen ook een meervoudige nationaliteit. Ongeveer de helft van de Nederlanders met een meervoudige nationaliteit heeft ook de Turkse of de Marokkaanse nationaliteit. Het aantal mensen dat door middel van naturalisatie een dubbele nationaliteit verkrijgt, neemt gestaag af. In 2010 kregen 16 duizend buitenlanders door naturalisatie het Nederlanderschap terwijl ze hun oorspronkelijke nationaliteit behielden. Tien jaar geleden was dat nog twee keer zoveel. Volgens de CBS-woordvoerder speelt het mogelijk een rol dat de politiek steeds meer druk uitoefent om naturalisatie te beperken.
    (de Volkskrant, 20 maart 2012, Steeds meer mensen met dubbel paspoort)
    Rapport: 1,2 miljoen Nederlanders met dubbele nationaliteit, CBS
  • In 2010 woonden er in de Europese Unie ruim twintig miljoen migranten afkomstig uit landen buiten de Unie. Ze vormen daarmee vier procent van de totale Europese bevolking (500 miljoen mensen). In Nederland is dat percentage fors hoger, zo'n elf procent van de bevolking komt van buiten de EU. Worden ook migranten afkomstig uit westerse landen meegerekend, dan vormen migranten twintig procent van de Nederlandse bevolking, een op de vijf bewoners. Door de komst van migranten telt Nederland sinds 1960 1,4 miljoen extra inwoners. (Nederlands Dagblad, SCP: Nederlands integratiebeleid uit de pas met EU)
  • Het klassieke Nederlandse integratiebeleid, gericht op etnische groepen, werkt niet meer. Migranten verblijven minder lang in steden, die voor hen steeds meer een tijdelijke verblijfplaats worden. Daardoor is het voor gemeenten moeilijker om grip op hen te krijgen.
    Dat is de belangrijkste conclusie van De staat van de integratie, een groot onderzoek naar integratie in Amsterdam en Rotterdam dat vandaag verschijnt.  De immigranten van enkele decennia geleden vestigden zich veel vaker dan verwacht permanent. Nieuwe migranten doen dat lang niet altijd. Ze vertrekken naar buiten de stad zodra ze zich dat kunnen veroorloven, of gaan terug naar hun land van herkomst. In het onderwijs zijn er positieve en negatieve ontwikkelingen. Steeds meer kinderen uit migrantengezinnen gaan naar de universiteit of hogeschool. Toch is de kloof tussen allochtoon en autochtoon de afgelopen tien jaar groot gebleven.  Het aantal zelfstandige ondernemers groeit fors in beide steden. Toch blijft de positie van migranten op de arbeidsmarkt kwetsbaar, zeker in een tijd van economische terugslag. Sommige problemen zijn groter in specifieke bevolkingsgroepen. Voorbeelden zijn de slechte gezondheidstoestand van veel Turken, de lage deelname aan verkiezingen onder Surinamers, de dalende arbeidsparticipatie van Antillianen in Rotterdam en de hoge jeugdcriminaliteit in de Marokkaanse gemeenschap. (NRC Handelsblad, 8 maart 2012, Voor Amsterdam en Rotterdam geldt: het integratiebeleid werkt niet meer).
    Rapport: De Staat van Integratie, Gemeente Rotterdam en Amsterdam, 2012
  • Van evenredigheid is zeker nog geen sprake bij het bezit van een eigen huis. Bijna twee op de drie Nederlanders wonen in een eigen huis tegen een op de drie Surinamers en een op de zes Marokkanen. Dat heeft zeker met een verschil in inkomen te maken, maar toch ook wel met het feit dat de minderheden vooral in de grote steden wonen en daar is het aandeel koopwoningen beperkt.
    (Het Financiële Dagblad, 3 maart 2012, Evenredigheid)
     
  • In de eerste drie jaar van de Wet Inburgering hebben er meer dan 150.000 mensen aan deelgenomen en al bij de eerste examenmogelijkheid slaagt 75%. Van evenredigheid in taalbeheersing met de Nederlanders is dan uiteraard nog geen sprake, maar het is een goed uitgangspunt voor integratie.
    (Het Financiële Dagblad, 3 maart 2012, Evenredigheid)
     
  • In Nederland krijgt een vrouw haar eerste kind gemiddeld pas als ze al bijna dertig jaar is en dat is bij de etnische minderheden in de tweede generatie niet anders. Marokkaanse vrouwen krijgen gemiddeld wel meer kinderen dan autochtone vrouwen, maar dat geldt niet voor Turkse of Surinaamse vrouwen. De tijd van de importbruiden en bruidegommen lijkt voorbij, al trouwen Turken en Marokkanen ook in de tweede generatie nog vooral binnen eigen kring. Surinamers huwen juist weer vaak wit.
    (Het Financiële Dagblad, 3 maart 2012, Evenredigheid)
  • In 2011 hebben 11.600 mensen in Nederland asiel aangevraagd. Dat is 13 procent minder dan in 2010, toen er 13.300 asielzoekers aankwamen. De meeste aanvragers (1900) kwamen vorig jaar uit Afghanistan. De afgelopen jaren kwamen de meeste asielzoekers uit Irak en Somalië. In 2010 vroegen 3370 Somaliërs in Nederland asiel aan. Vorig jaar waren dat er, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, 1415. In de jaren '90 was het aantal asielzoekers veel groter. In 1994 deden 52.600 mensen een asielverzoek. De afgelopen vijf jaar bedroeg het jaarlijkse gemiddelde 12.000. (Trouw, 1 maart 2012, Minder asielaanvragen, vooral van Somaliërs)
    Rapport: Minder asielzoekers in 2011, CBS
  • Het is moeilijk om in kaart te brengen hoeveel arbeidsmigranten er precies uit de zogeheten MOE-landen zijn. Er zijn genoeg cijfers, maar ze zijn doorgaans tamelijk oud (de laatste, door de lidstaten aangeleverde gegevens van het Europees statistisch bureau Eurostat hebben betrekking op 2010) en ze zijn vaak niet compleet. Er worden verschillende definities gehanteerd. De cijfers weerspiegelen doorgaans alleen de officiële migratiestromen, dat wil zeggen van degenen die zich laten inschrijven. Maar een heleboel migranten (seizoenarbeiders) laten zich niet of moeilijk vangen in de registers van de autoriteiten. Arbeidsmigranten zijn doorgaans flexibel. Daarom waarschuwen het CBS, Eurostat en (universitaire) onderzoekers ,,voorzichtig" om te gaan met de tabellen en grafieken - bij deze. (NRC Handelsblad, 27 februari 2012, Europeanen op zoek naar werk)
  • Van de Poolse immigranten die in de jaren 2000 - 2009 naar Nederland kwamen, is 60 procent weer vertrokken. Het verschijnsel arbeidsmigratie heeft wel een permanent karakter gekregen. ,,Alle onderzoeken wijzen op een verdere toename van het aantal arbeidsmigranten op korte termijn", luidde vorig jaar de conclusie van een rapport van een Kamercommissie.
    In het rapport staat ook dat er in Nederland zeker meer dan 200.000 arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa zijn. Nederland is niet in staat geweest de toestroom in goede banen te leiden. Daarom besloot het kabinet afgelopen november gebruik te maken van de EU-clausule om Roemenen en Bulgaren nog tot 2014 buiten de deur te houden, uitzonderingen daargelaten. (NRC Handelsblad, 27 februari 2012, Europeanen op zoek naar werk)
    Rapport: 'Arbeidsmigratie in vieren, Bulgaren en Roemenen vergeleken met Polen', Erasmus Universiteit Rotterdam, augustus 2011
  • Mensen met een laag inkomen wonen vooral in de grote steden. In Amsterdam is het aantal arme huishoudens het grootst: 14,3 procent, gevolgd door Rotterdam (13,7) en Den Haag (12,0). Dan volgen middelgrote steden als Groningen (11,9), Heerlen (11,8) en Arnhem (11,2).
    De grootste groep ‘armen’ bestaat uit eenoudergezinnen (vooral moeders) met minderjarige kinderen: 26 procent van hen heeft een inkomen onder de lage inkomensgrens van 940 euro. De armoede is bij deze groep het hardnekkigst. Een relatief grote groep moeders (8 procent) is er na vier jaar niet in geslaagd uit de armoede te geraken. Van de huishoudens met een niet-westerse kostwinner had in 2010 22,5 procent een laag inkomen. Dit is vier keer vaker dan onder autochtone huishoudens.  Van de grote groepen niet-westerse migranten zijn Marokkanen (24 procent) het armst en Surinamers (15 procent) het minst arm. Turken en Antillianen zitten hier met respectievelijk 23 en 19 procent tussenin. (Elsevier, 18 februari 2012, Naar het einde van de onderklasse; decennialang lag onderkant van de samenleving aan ‘het infuus van de hulp’. Daar komt langzaam verandering in. Een goede zaak?)
    Rapport: Jaarrapport Integratie, SCP, februari 2012
    Eindelijk!; Jaarrapport Sociaal en Cultureel Planbureau over integratie bevat zowaar ook goed nieuws
     
  • Het is goed nieuws om te lezen dat het opleidingsniveau van de kinderen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse immigranten snel stijgt en dat hetzelfde geldt voor tweedegeneratie-migranten met een functie op hbo- of wo-niveau. (Elsevier, 18 februari 2012, Eindelijk!; Jaarrapport Sociaal en Cultureel Planbureau over integratie bevat zowaar ook goed nieuws)
    Rapport: Jaarrapport Integratie, SCP, februari 2012
  • Het huizenbezit van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse immigranten neemt toe en dat hetzelfde geldt voor tweedegeneratie-migranten met een functie op hbo- of wo-niveau. Kortom, hoewel de immigranten die we ‘allochtonen’ zijn gaan noemen zeker ook vrij dominant zijn in de Nederlandse onderklasse (zie ‘Naar het einde van de onderklasse’ op pagina 18), is er ook sprake van weliswaar broze, maar toch onmiskenbaar substantiële middenklassevorming in de dop. (Elsevier, 18 februari 2012, Naar het einde van de onderklasse; decennialang lag onderkant van de samenleving aan ‘het infuus van de hulp’. Daar komt langzaam verandering in. Een goede zaak?)
    Rapport: Jaarrapport Integratie, SCP, februari 2012
  • Eindelijk!; Jaarrapport Sociaal en Cultureel Planbureau over integratie bevat zowaar ook goed nieuws. Misschien wel het beste nieuws uit het Jaarrapport Integratie 2011 is dat de huwelijksmigratie fors afneemt. Gemengde huwelijken zijn nog steeds relatief schaars bij de Turkse en Marokkaanse tweede generatie. De partner blijft komen uit de eigen groep, maar steeds minder uit het herkomstland en steeds meer uit Nederland. Of dit nu komt door een andere partnersmaak van de tweede generatie of gewoon door strenger overheidsbeleid: dat het goed is voor de integratie, is zeker. (Elsevier, 18 februari 2012, Naar het einde van de onderklasse; decennialang lag onderkant van de samenleving aan ‘het infuus van de hulp’. Daar komt langzaam verandering in. Een goede zaak?)
    Rapport: Jaarrapport Integratie, SCP, februari 2012
  • Allochtonen met hogere inkomens verhuizen vaak naar kleinere gemeenten in de Randstad. Nu wonen zij vooral nog in de grote steden. Maar tussen Rotterdam en Amsterdam is het verschil groot. In het centrum van Amsterdam is slechts 14 procent van de inwoners een niet-westerse allochtoon. Dat is net iets meer dan het landelijk gemiddelde van 11 procent. In het Rotterdamse centrum wonen veel meer allochtonen (36 procent). Amsterdam heeft zijn allochtonen in Oost en in de westelijke tuinsteden gehuisvest, ver buiten het centrum. In Rotterdam liggen de 'witte' wijken juist buiten het centrum: Kralingen-Oost en Hillegersberg. In de Amsterdamse Bijlmermeer wonen heel veel Surinamers en Antillianen. Binnen de Caraïbische cultuur is het niet ongebruikelijk dat moeders hun kinderen alleen opvoeden. Een aanzienlijk deel van de huishoudens in de Bijlmer bestaat uit eenoudergezinnen. (NRC.NEXT,15 februari 2012, Een postcode vertelt alles)
 
  • Begin 2011 waren er bijna 200.000 Midden- en Oost-Europeanen in Nederland als inwoner of werknemer geregistreerd, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vijf jaar daarvoor was dat nog maar de helft. Ruim twee op de drie Midden- en Oost-Europeanen hier zijn Polen. In 2004 trad Polen toe tot de Europese Unie. Daarna nam het aantal Polen in Nederland snel toe. Sinds 2007 komen er jaarlijks meer migranten uit Polen dan uit Turkije, Marokko, Suriname en de Nederlandse Antillen samen. In 2010 waren Polen de grootste migrantengroep: 15.000 Poolse immigranten tegen 13.000 immigranten uit deze vier grote niet-westerse groepen. Van de ruim 136.000 als werknemer geregistreerde Polen zijn er slechts 66.000 ingeschreven.
    Het aandeel Midden- en Oost-Europeanen is groot in land- en tuinbouwgebieden. De Brabantse gemeente Zundert heeft met 3 procent het grootste aandeel in haar bevolking. Den Haag volgt met 2,5 procent. (NRC.NEXT,14 februari 2012, Leg die PVV-site maar eens uit; Polen in Nederland)
    Rapport: Bevolkingstrends, Statistisch kwartaalblad over de demografie van Nederland, CBS, 2012
  • Veel Polen in Nederland hebben een lagere opleiding dan Nederlanders, maar ze zijn ,,veel hoger opgeleid dan de Marokkaanse en Turkse Nederlanders". Dat zegt Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau, die onderzoek deed naar Polen die langer dan zes jaar in Nederland wonen en in het bevolkingsregister staan ingeschreven. Deze groep bestaat uit zo'n 40.000 mensen. (NRC.NEXT,14 februari 2012, Leg die PVV-site maar eens uit; Polen in Nederland))
    Rapport: Poolse migranten : De positie van Polen die vanaf 2004 in Nederland zijn komen wonen, SCP, 2011
     
  • Anders dan onder Turken en Marokkanen is van grootschalige gezinshereniging onder Poolse immigranten (vooralsnog) geen sprake, blijkt uit CBS-onderzoek. Van de Poolse immigranten die tussen 2000 en 2009 naar Nederland kwamen, is bijna 60 procent weer vertrokken. Toch zal een ,,substantiële groep Polen" zich min of meer permanent in Nederland vestigen, verwacht Dagevos. (NRC.NEXT,14 februari 2012, Leg die PVV-site maar eens uit. Polen in Nederland)
    Rapport: Rapport: Poolse migranten : De positie van Polen die vanaf 2004 in Nederland zijn komen wonen, SCP, 2011
     
  • Nederland telt momenteel 638.000 gemengde koppels. De top-5 wordt aangevoerd door Nederlanders die met Indonesiërs zijn getrouwd. (AD/Algemeen Dagblad, 14 februari 2012, Multiculti tussen de lakens)
  • Gisteren kwam het nieuws dat het bestuur van maatschappelijke organisaties nog steeds vrijwel geheel 'wit' is. In een stad als Den Haag is slechts een fractie (3,7 procent) van de top van ziekenhuizen, scholen of musea van allochtone afkomst. Aan de vergadertafels is niet te zien dat de bevolking van de stad inmiddels zeer divers is samengesteld: Hindostaans, Duits, Turks of Marokkaans. Meer dan de helft van de bevolking heeft een gemengde achtergrond. (Trouw, 10 februari 2012, Nog een noodzakelijke hervorming: meer allochtoon talent naar de top)
     
  • Turkse en Marokkaanse Nederlanders trouwen steeds minder vaak met iemand uit het land van herkomst van de ouders. In 2001 haalde nog de helft een partner uit het buitenland, in 2010 was dat rond de vijftien procent. (NRC.NEXT, 9 februari 2012, Trouwen: hét middel bij crimineel gedrag)
    Rapport: Jaarrapport Integratie 2011, SCP, 2012
     
  • Vrouwen van Marokkaanse of Turkse afkomst krijgen meestal minder kinderen dan hun moeder - het benadert het aantal kinderen dat autochtone vrouwen krijgt. Ze krijgen die kinderen meestal nog wel met een man die dezelfde achtergrond heeft - gemengde relaties zijn een zeldzaamheid. Bij Turkse Nederlanders 9 procent, bij Marokkaanse Nederlanders 12 procent. Antilliaanse en Surinaamse Nederlanders hebben vaker een gemengde relatie: respectievelijk 30 procent en 40 procent. (NRC.NEXT, 9 februari 2012, Trouwen: hét middel bij crimineel gedrag)
    Rapport: Jaarrapport Integratie 2011, SCP, 2011
     
  • Een andere punt van zorg is de stijgende werkloosheid die onder niet-westerse migranten sneller oploopt dan onder autochtonen: 23 procent van de niet-westerse jongeren (15-24 jaar) is werkloos tegen 10 procent van de autochtone jongeren. Ruim een kwart van de Marokkaanse en Surinaamse jongeren is werkloos.
    Niet-westerse migranten zijn vaker arm, hebben gemiddeld een lager inkomen en zijn vaker afhankelijk van een uitkering dan autochtone Nederlanders. Eind 2010 had 12 procent van de niet-westerse migranten een bijstandsuitkering, zesmaal zoveel als autochtone Nederlanders. Vrouwen, ouderen (vooral eerste generatie) zijn sterker afhankelijk van een uitkering. (NRC.NEXT, 9 februari 2012, Trouwen: hét middel bij crimineel gedrag)
    Rapport: Jaarrapport Integratie 2011, SCP, 2012
     
  • Nog geen vier van de honderd bestuurders in maatschappelijke organisaties in Den Haag zijn van allochtone afkomst. In besturen en raden van toezicht van scholen, ziekenhuizen en kunst- en cultuurinstellingen is gemiddeld 3,7 procent allochtoon.
    Dat blijkt uit onderzoek van de Haagse PvdA. De grootste raadsfractie liet een representatieve steekproef doen onder instellingen die een band hebben met de gemeente. In andere steden met veel allochtonen is het beeld vergelijkbaar.
    Op basisscholen is 4,9 procent van de bestuurders allochtoon. In het voortgezet onderwijs 0 procent en op hogescholen 7,1 procent. Ziekenhuizen scoren ook laag met 0 procent en de kunst- en cultuursector heeft 6,3 procent aan allochtone bestuurders. "Terwijl de stad voor ruim de helft uit allochtonen bestaat. Dat kan niet", zegt PvdA-fractievoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven. (Trouw, 9 februari 2012, Haagse besturen weerspiegelen hun stad nauwelijks )

  • Uit het jaarrapport Integratie blijkt wel dat Afghaanse en Iraanse immigrantenkinderen net zo vaak als autochtone kinderen op havo of vwo komen. Ook belanden zij vaker dan andere immigranten in het hoger onderwijs. Somaliërs en Irakezen halen meestal vmbo-niveau. Van al deze groepen blijft het aantal geslaagden achter bij dat van autochtonen. Ook de deelname op de arbeidsmarkt blijft achter bij die van autochtonen. Elsevier, Pardon voor kinderen; GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi wil dat uitgeprocedeerde, vernederlandste immigrantenkinderen mogen blijven. Hoe terecht is alle steun voor zijn actie?
    Rapport: Jaarrapport Integratie, SCP, 2012

  • Van steeds meer kinderen wonen de ouders niet samen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Van alle kinderen tussen de nul en vijftien jaar woont 82 procent bij beide ouders, een daling ten opzichte van 1996. Vooral Arubanen en Antillianen wonen vaker dan autochtone ouders gescheiden. Slechts een op de drie van de vijftienjarigen in deze groep woont nog bij zijn eigen vader en moeder.
    Ook Surinaamse kinderen wonen vaker bij één ouder. Maar, zegt Latten, Surinaamse ouders blijven steeds vaker samen. "Zij nemen steeds meer traditioneel Nederlandse patronen over." (Trouw, 31 januari 2012, Steeds minder ouders wonen bij elkaar)
  • Het aantal asielzoekers dat vorig jaar naar Nederland kwam, is ten opzichte van 2010 met ruim 13 procent gedaald. In 2011 waren er 11.590 nieuwkomers die een verzoek om een verblijfsvergunning indienden, een jaar eerder waren er 13.340 eerste asielaanvragen.
    Dit blijkt uit een analyse van asielcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) door het ANP en het weblog Sargasso. Ook in 2010 was er al een sterke daling ten opzichte van het jaar daarvoor: 11 procent. Het totaal aantal asielaanvragen daalde vorig jaar met 3 procent naar 14.630. In dat totaal zijn ook asielzoekers opgenomen die voor een tweede of derde keer een aanvraag indienen. De afname van de afgelopen jaren is voor het grootste deel te verklaren doordat er minder Somaliërs naar Nederland komen. In 2010 waren dat er nog 3370, vorig jaar 1420. De daling komt vooral door strengere regels op het gebied van gezinshereniging, die sinds 2009 gelden. Volgens VluchtelingenWerk worden nog maar 10 procent van de Somalische aanvragen voor gezinshereniging ingewilligd, voor de wetswijziging lag dat percentage nog rond de 30 procent. (Trouw, 19 januari 2012, Minder asielzoekers naar Nederland door strenger beleid)
     
  • Bijna de helft van de 23 duizend jonge bijstandstrekkers in Nederland is allochtoon, waarvan een aanzienlijk deel voortijdig schoolverlater is. Volgens FORUM zijn allochtonen twee keer zo vaak voortijdige schoolverlaters dan autochtonen. (Spits, 19 januari 2012, Startkwalificatie voor bijstand)
  • Er wonen zo'n 22.000 Somaliërs in Nederland. Dat waren er meer, maar - vermoedelijk door de taalbarrière - zijn veel van hen naar Groot-Brittannië verhuisd. Dat Somaliërs in Nederland sociaal-economisch niet goed scoren staat vast. In 2010 bleek dat 40 procent van de mannen werk had, en slechts 9 procent van de vrouwen. Van de werkende Somaliërs heeft 80 procent een baan op laag niveau. (NRC.NEXT, 12 januari 2012, Een verbod op qat. Heeft dat zin? )