De belangrijkste bevindingen van 'Engaging with Violent Islamic Extremism' werden gepresenteerd door mede-auteur Floris Vermeulen, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam.

Hoewel alle onderzochte steden naar aanleiding van de extremistische dreiging radicaliseringsbeleid hebben ontwikkeld zijn er grote verschillen in de manier waarop dit beleid per stad is vormgegeven. Zo wordt er in Londen samengewerkt met een brede waaier aan organisaties, ook van orthodoxe snit, terwijl men in steden als Antwerpen en Parijs daar juist heel terughoudend in is. Dit hangt voor een deel ook af aan de manier waarop radicalisering wordt verklaard: is de religie bepalend, of is radicalisering juist een teken van gebrekkige (sociale) integratie? Vermeulen wees onder andere ook het stigmatiserende effect dat preventief beleid kan hebben, in welke vorm dan ook. Hele gemeenschappen kunnen zo immers als potentieel veiligheidsrisico bestempeld worden, wat (deels) voorkomen kan worden door islamitische organisaties te betrekken bij de uitvoering van het beleid.

Mede-auteur Floris Vermeulen (midden) en professor Beatrice de Graaf (rechts)
Beatrice de Graaf liet in haar reactie op de presentatie weten blij te zijn met het onderzoek: tot nog toe was er namelijk nog weinig aandacht besteed aan de manier waarop radicaliseringsbeleid daadwerkelijk vorm krijgt in de praktijk. De Graaf, hoogleraar Conflict en veiligheid in historisch perspectief aan het Centre for Terrorism & Counterterrorism, plaatste echter ook kritische kanttekeningen bij preventief anti-radicaliseringsbeleid. Zo is het nog niet duidelijk wat nu de oorzaken van radicalisering zijn – we kunnen (nog) niet vaststellen of het een religieus, sociaal of politiek probleem is -, laat staan dat we iets definitiefs kunnen zeggen over de effecten van maatregelen daartegen. Vervolgens gingen De Graaf en Vermeulen in negatieve invloed die beleid en politieke debatten over radicalisering op de – toch al weerbarstige – praktijk hebben. Enerzijds verwacht men van de overheid dat zij potentiële dreigingen onschadelijk maakt, maar anderzijds kan een eenzijdig veiligheidsperspectief er ook voor zorgen dat grote groepen gelovigen worden gestigmatiseerd en wellicht daardoor juist gaan radicalisering. Beleidsmakers zullen manieren moeten vinden om op weldoordachte manier met dergelijke dilemma’s om te gaan.

De vertrekkende Bijzonder hoogleraar Frank Bovenkerk
De bijeenkomst stond ook in het teken van het afscheid van Frank Bovenkerk als bijzonder hoogleraar Radicalisering Studies. In zijn afscheidslezing gaf Bovenkerk middels treffende persoonlijke verhalen en wetenschappelijke inzichten een tussenstand van het onderzoek naar radicalisering en radicaliseringsbeleid. Daarbij onderwierp hij de reeds opgedane kennis aan een kritische analyse, en stelde hij vast dat we eigenlijk nog heel weinig van radicalisering afweten. Radicalen en extremisten zijn er in veel verschillende gedaanten, maar zijn tegelijkertijd – zeker in Nederland - maar op een paar handen te tellen. Ook Bovenkerk merkte verder op dat het thema radicalisering in hoge mate gepolitiseerd is, wat onderzoek ernaar bemoeilijkt. Desondanks zijn Nederlandse wetenschappers er in enkele gevallen toch in geslaagd om met gedetailleerde en grondige studies toch een goed beeld hebben kunnen schetsen van de radicaal en het radicaliseringsproces. Kennis over de effecten van het (Nederlandse) radicaliseringsbeleid is er echter nagenoeg niet. Frank Bovenkerk heeft daarom een kwalitatieve beleidsevaluatie in gang gezet, waar de resultaten nog zullen verschijnen.

De nieuwe Bijzonder hoogleraar BertJan Doosje
Na Bovenkerks lezing werd het spreekwoordelijke stokje overgedragen aan de kersverse bijzonder hoogleraar Bertjan Doosje, die een voorproefje gaf op zijn aanstaande oratie. Daarin liet de sociaal-psycholoog weten zich vooral te zullen richten op de rol van vertrouwen in het radicaliseringsproces: wat is de verhouding tussen radicalisering en vertrouwen in jezelf, in je sociale omgeving en in de maatschappij? Ook de zogenaamde ‘lone wolfs’, potentieel gevaarlijke eenlingen, zullen op de onderzoeksagenda van Doosje figureren. Het aanwezige publiek profiteerde vervolgens van de unieke situatie dat zij in het gezelschap van maar liefst twee hoogleraren Radicalisering Studies verkeerden door vragen te stellen over uiteenlopende radicalisering gerelateerde onderwerpen.
Foto's: Mladen Pikulic |