FORUM

Bezoekadres Kanaalweg 86 3533 HG Utrecht

Postadres Postbus 201 3500 AE Utrecht

Telefoon 030 - 297 43 21 Internationaal: +31 30 297 43 21

Publicatiegegevens

05 maart 2012

Kroniek inburgering 2010-2011

Van integratiebeleid naar immigratiebeleid

Regelgeving en praktijk inzake de inburgering van immigranten zijn geen rustig bezit. De afgelopen jaren is er sprake van voortdurende veranderingen op dit terrein. Die veranderingen houden verband met tenminste twee factoren. Ten eerste bestaat bij sommige politici een sterke behoefte zich op dit terrein te profileren en steeds hogere eisen aan het niveau en het tempo van de integratie van immigranten te stellen. Ten tweede is het Nederlandse beleid op dit punt sinds 2002 meer dan in andere Europese landen gekenmerkt door een nadruk op dwang en sancties. Die beide factoren stimuleren het bewust opzoeken en soms overschrijden van de grenzen van het Europese en internationale recht door de overheid. De Raad van State constateerde dat op dit terrein nieuwe regels worden ingevoerd voordat de effecten van voorafgaande wijzingen zichtbaar zijn (1), laat staan systematisch zijn onderzocht. Het afgeven van een signaal aan de kiezers lijkt belangrijker dat het feitelijke effect van de nieuwe maatregelen.


In september 2010 sloten VVD, CDA en PVV een gedoogakkoord waarin ingrijpende wijzigingen van de Wet inburgering (WI) en de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) en een aanmerkelijke verzwaring van het inburgeringsexamen in het buitenland werden aangekondigd (2). Het voorstel tot wijziging van de WI werd eind 2011 ingediend. Dat wordt de zevende inhoudelijke wijziging van de WI sinds die wet in 2007 in werking trad. Het wetsvoorstel inzake de RWN wordt in 2012 verwacht. Ook het aantal wijzigingen van die wet is sterk toegenomen: van drie wijzingen in de eerste 15 jaar na 1984 tot zeven wetswijzigingen vanaf 2000. Verder verscheen in juni 2011 de nota over het integratiebeleid van minister Donner getiteld “Integratie, binding en burgerschap” (3). Die nota sluit nauw aan bij het gedoogakkoord. Er is een tendens om het overheidsbeleid bij de integratie van immigranten steeds verder te beperken tot het stellen van regels over de inburgering. Maatregelen die belemmeringen voor immigranten bij de toegang tot arbeid, onderwijs, huisvesting of gezondheidszorg kunnen wegnemen, zijn of worden afgebouwd. Het hoofdstuk over integratiebeleid in de nota van juni 2011 handelt vooral over inburgeringsbeleid, over het stopzetten van de financiering van taal- en inburgeringscursussen en over het beëindigen van de weinige nog resterende maatregelen die gericht waren op het specifiek ondersteunen van de integratie van immigranten.

Het laatste overzichtsartikel over inburgering van de hand van Karin de Vries verscheen medio 2008 in Migrantenrecht (4). Deze eerste kroniek inburgering in Asiel & Migrantenrecht beslaat de ontwikkeling in de jaren 2010 en 2011 en is in hoofdzaak gericht op wijzigingen in de Nederlandse wet- en regelgeving en de rechtspraak. Die staan ook op dit terrein steeds meer onder invloed van regelgeving uit Brussel, rechtspraak uit Luxemburg en, vooralsnog in mindere mate, van rechtspraak uit Straatsburg (5). Een enkele keer wordt een vergelijking met regelgeving of praktijk in andere EU lidstaten gemaakt (6). Ook naar de veelvuldige en vaak uitgebreide debatten over dit onderwerp in de Tweede Kamer en naar empirisch onderzoek op dit terrein wordt slechts incidenteel verwezen. De lezer die wil zien dat juristen ook op een andere manier over integratie van immigranten kunnen denken en schrijven dan in Nederland de laatste jaren bon ton is, doet er goed aan de conclusie van advocaat-generaal Sharpston in de zaak Inan & Kahveci te lezen (7).

 

De indeling van dit overzicht is overeenkomstig de verschillende momenten waarop een niet-Nederlandse immigrant in Nederland met inburgeringsvereisten kan worden geconfronteerd: inburgering in het buitenland (par. 2), inburgering na toelating (par. 3), het inburgeringsvereiste voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (par. 4) en bij verkrijging van het Nederlanderschap. Het overzicht wordt afgesloten met enkele concluderende opmerkingen (par. 5).

 

Overgenomen uit Asiel&Migrantenrecht, 2012 nr.1

download artikel

  1. Inleiding
  2. Wet inburgering in het buitenland
  3. Wet inburgering
  4. Inburgeringsvereiste voor verblijfsvergunning onbepaalde tijd
  5. Inburgeringsvereiste in RW N
  6. Concluderende opmerkingen

_________________________________________________

1. TK 33086, nr. 4, p. 2.

2. TK 32417, nr. 14; zie daarover zie ook B. de Hart, P. Minderhoud, T. Strik, en A. Terlouw, De immigratievoorstellen van het regeerakkoord ontrafeld, A&MR 2010, p. 444-447 en K. Groenendijk en T. Spijkerboer, Regulering van migratie en integratie à la Wilders: mag het, kan het en helpt het? Nederlands Juristenblad 2010, p 2347-2352.

3. TK 32824, 1 – Integratienota van ‘Integratie, binding en burgerschap’.

4. K .M. de Vries, Inburgering in binnen- en buitenland: een overzicht van recente ontwikkelingen, Migrantenrecht 2008, p. 198-203.

5. Z ie voor de Straatsburgse rechtspraak: C. Murphy, The Concept of Integration in the Jurisprudence of the European Court of Human Rights, European Journal of Migration and Law 2010, p. 23-43.

6. Z ie voor beleid en wetgeving in andere Europese staten: R. van Oers, E. Ersbøll & D. Kostakopoulou (eds.), A Redefinition of Belonging? Language and Integration Tests in Europe, Leiden/Boston 2010 (Martinus Nijhoff) en E. Guild, K. Groenendijk en S. Carrera, Illiberal Liberal States, Immigration, Citizenship and Integration in the EU, Farnham 2009 (Ashgate).

7. C onclusie van 20 oktober 2011 in de gevoegde zaken C-7/10 en C-9/10 (Inan&Kahveci).

Overgenomen uit Asiel&Migrantenrecht, 2012 nr.1

download artikel met de volledige tekst

 

Kees Groenendijk

Auteur: Kees Groenendijk

prof. C.A. Groenendijk is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Radbouduniversiteit Nijmegen
en redacteur van A&MR.

 

Asiel&Migrantenrecht

website A&MR