Het Nederlands stedelijk landschap weerspiegelt de verschillende culturele achtergronden van haar bewoners bijna niet. Waarom komt de woonconsument die graag zijn culturele achtergrond wil terugzien in zijn woning of leefomgeving nauwelijks aan zijn trekken? Zijn de bouwprocessen hiervoor moeilijker en de kosten zoveel hoger dan bij reguliere bouwvormen? Deze vragen staan centraal in het onderzoeksrapport Diversiteit in Wonen: een vergelijking van verschillende nieuwbouwprojecten.
In opdracht van FORUM onderzocht Labyrinth of er bepaalde doelgroepen zijn die zich in het bijzonder aangesproken voelen door multiculturele bouwprojecten, in hoeverre de betrokkenheid bij het bouwproces van belang is voor de toekomstige bewoners, en hoe deze betrokkenheid verbeterd kan worden. In het onderzoek zijn drie ‘multiculturele’ en drie ‘niet- multiculturele’ nieuwbouwprojecten in Amsterdam, Rotterdam, Casteren en Utrecht met elkaar vergeleken. Het rapport bevat een interview met Martien Kromwijk, voorzitter Raad van Bestuur van de Rotterdamse corporatie Woonbron. De conclusies en aanbevelingen hebben betrekking op het bouwproces in multiculturele wijken, de communicatie met allochtone woonconsumenten en het experimenteren met multiculturele nieuwbouw waarbij de klant zeggenschap heeft. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn:
- ‘multicultureel’ bouwen biedt perspectief voor transitiewijken (‘Vogelaarwijken’): 80% van respondenten van de ‘multiculturele’ bouwprojecten vindt dat het imago van hun woonwijk is verbeterd tegenover 50% van respondenten bij de ‘niet- multiculturele’ bouwprojecten;
- diversiteit in bouwen en medezeggenschap in het bouwproces brengt op langere termijn positieve maatschappelijke effecten met zich mee.
|