Allochtone mantelzorgers hebben het aanzienlijk zwaarder dan autochtonen die iemand verzorgen: ze beginnen er meestal veel jonger aan (vaak zijn ze nog geen achttien) en ze zorgen over een langere periode. Met het woord mantelzorg zijn ze meestal onbekend, net als met bepaalde mogelijkheden om ondersteuning te krijgen. Maar er wél bekend mee zijn betekent nog niet: er gebruik van maken. Daar gaapt een emotioneel gat.
Veel allochtone mantelzorgers zijn overbelast. Ze zouden graag een betere balans willen tussen zorgen en tijd voor zichzelf, en hebben behoefte aan contact met lotgenoten.
De professionals bij gemeenten en instellingen blijken voor het merendeel goed op de hoogte van de ondersteuningsbehoeften van allochtone mantelzorgers. Ook weten ze wat je moet doen om allochtone mantelzorgers te bereiken. Dat in de praktijk weinig gebeurt, komt mede door een gebrek aan te besteden uren. Ook gelden wellicht andere prioriteiten. Professionals geven aan dat er meer aandacht zou moeten uitgaan naar de verzorgden, naar mannen en naar erg jonge mantelzorgers.
|