In het tijdschrift Asiel&Migrantenrecht geven drie hoogleraren, specialisten in het Europees migratierecht, hun visie op de juridische gevolgen van de vlucht naar Europa van tienduizenden burgers uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
De opstanden of, zo u wilt, bevrijdingsbewegingen in het Midden-Oosten worden algemeen geprezen als democratische hoogstandjes. Zelfs onder enge regimes blijkt een volk zich te kunnen ontworstelen aan overheersing, de democratische zon breekt door de donderwolken der dictatuur. Wat de betekenis van de onlusten in het Midden-Oosten nu echt is voor de staatsinrichting in de betrokken landen en de mogelijke inbreng van het volk daarin, zal de toekomst uitwijzen. De geschiedenis leert dat niet iedere opstand op de lange termijn brengt waar op de korte termijn op wordt gehoopt. Maar de Arabische lente reikt verder. Nu reeds laat ze haar sporen na in Europa. De komst van een goede 25.000 Tunesiërs naar de zuidelijke grenzen van ons fort hebben de emoties in politiek Europa hoog doen oplaaien. Met name Sarkozy en Berlusconi vlogen elkaar in de haren met als gevolg dat, om een Nederlandse zinswending te gebruiken, zal worden ingezet op het wijzigen van de Schengengrenscode. Dit moet mogelijk maken dat in crisissituaties als deze, douaniers tijdelijk weer werk hebben aan de Europese binnengrenzen. Wordt hiermee aan de kernwaarden van Europese samenwerking op het gebied van migratierecht gemorreld? Een schets van het spanningsveld en enkele bespiegelingen van hoogleraar Europees Asielrecht Hemme Battjes, emeritus hoogleraar immigratierecht Pieter Boeles en emeritus hoogleraar rechtssociologie Kees Groenendijk. |