Introductie  |  Feiten  |  Juridisch kader  |  Beleid  |  Discussie  |  Publicaties  |  Links

Dossier Radicalisering: Discussie

Discussies over radicalisering en (anti-)radicaliseringsbeleid.

Hoe herkennen wij radicalisering?

Is het dragen van religieuze kleding zoals de niqaab of de boerka of het dragen van een lange baard een uiting van orthodoxie of radicalisme? Velen vinden de niqaab een symbool van de radicale gewelddadige stromingen van de islam. Anderen zien het hoofdzakelijk als een uiting van een orthodoxe vorm van religie, en stellen dat het dus onder de vrijheid van godsdienst valt. Ook gedragsveranderingen zien sommigen als indicator van mogelijke radicalisering.

 
Sommige professionals ontwikkelen ‘tools’ om radicalisering te kunnen herkennen. Het gebruik van indicatoren om radicalisering te kunnen signaleren stuit ook op kritiek. Frank Bovenkerk schreef in zijn publicatie wie is de terrorist? over de bezwaren en nadelen van zogenaamde ethnic profiling in de strijd tegen terrorisme.

 

 

 

 

Lees meer

Wie is de terrorist?

De zin en onzin van ethnic profiling

FORUM publicatie

 

Hoe dient men om te gaan met salafistische organisaties?

Spreekt de salafi imam met gespleten tong? Laten ze hun ware gezicht zien? Proberen de salafisten zich van de maatschappij te isoleren en ontstaat er ongewenste segregatie in plaats van integratie? Of proberen ze door deelname in de maatschappij – bijvoorbeeld door inmenging in het debat, bijwonen van tv-programma’s, samenwerking met gemeentelijke of buurtinitiatieven - juist steeds meer invloed uit te oefenen en de Nederlandse samenleving te islamiseren? Komt er door deze deelname aan de samenleving een soort ‘matiging’ van de salafisten op gang die wenselijk is voor hun integratie en deradicalisering? En hoe moet de overheid met deze orthodoxe stroming omgaan? De meningen lopen uiteen.
 
Relevant voor deze discussie is een brochure die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningkrijksrelaties heeft uitgebracht: ‘deWegwijzer Façadepolitiek Brochure voor (lokale) overheid en maatschappelijke instanties om façadepolitiek door salafistische organisaties te kunnen onderkennen’. In deze brochure worden de tactieken van de salafisten om de overheid te misleiden onthuld. Men legt uit: ‘Hoewel er redenen kunnen zijn om met salafistische organisaties in dialoog te blijven, bestaat het risico dat overheden zonder het te weten bijdragen aan de verspreiding van radicaal gedachtegoed. Soms zijn salafistische organisaties en hun dawa-activiteiten niet als zodanig herkenbaar doordat ze zich van façadepolitiek bedienen.’
 
De brochure stuitte op kritiek uit politieke en wetenschappelijke hoek. Groenlinks-kamerlid Dibi stelde kamervragen over de wegwijzer. Hij stelt dat de brochure niet bijdraagt aan de bestrijding van radicalisering, maar juist eerder aan het creëren van angst en wantrouwen richting moslims en islamitische organisaties. En onderzoeker Martijn de Koning schreef op zijn website dat je het als salafistische moskee nooit goed kan doen: of je isoleert je van de samenleving, of je infiltreert diezelfde samenleving juist. Het wantrouwen dat uit deze brochure spreekt, zo stelt hij, is geen productieve manier om met problemen om te gaan.
 

 

 

Lees ook

Feiten

 

 

Mag religie ingezet worden bij de bestrijding van radicalisering?

Mogen lokale overheden ‘gematigde’ imams inzetten ter bestrijding van radicalisering? Mag een gemeente een website opzetten met informatie over de verschillende stromingen binnen de islam? Of mag zij op het internet zelfs ‘gematigde’ informatie over de islam verspreiden, zodat in het kader van de zogenaamde compenserende neutraliteit tegenwicht wordt geboden aan goed vertegenwoordigde orthodoxe of radicale opvattingen?
 
Er gaan steeds meer stemmen op die een aanpak van radicalisering of orthodoxie bepleiten waarbij de religieuze infrastructuur wordt benut of verstevigd. In dit kader wordt onder meer ook het ‘Singapore-model’ aangehaald, waar ex-radicalen worden ingezet om op basis van hun kennis van de islam en de Koran het gesprek aan te gaan met extremisten in gevangenissen, maar ook met mensen die niet veroordeeld zijn. De principiële vraag die hier rijst is of de overheid zich in haar aanpak van radicalisering wel op dit religieuze spoor moet begeven, aangezien beginselen als de scheiding van kerk en staat, de neutraliteit van de staat, en de vrijheid van godsdienst in het gedrang kunnen komen. Gaan (lokale) overheden hier niet over de schreef met het inzetten van religieuze organisaties of religieuze boodschappen, en in hoeverre mag zij zich überhaupt bemoeien met ideevorming van orthodoxe gelovigen?
 
Los van deze principiële kwestie moet de vraag naar het daadwerkelijke effect van een dergelijke handelswijze beantwoord worden. Men kan zich namelijk ook afvragen of de gestelde (maatschappelijke) doelen met bovenstaande middelen wel zijn te verwezenlijken. Wellicht wordt de doelgroep wel helemaal niet bereikt, of tast het ondersteunen van een ‘gematigde’ islam juist de geloofwaardigheid van die specifieke groep gelovigen aan.
 
De AIVD stelde in 2010 dat vooral persoonlijke en externe factoren een rol spelen bij de disengagement en deradicalisering van jihadisten. Een religieuze tegenboodschap wordt door jihadisten niet opgemerkt of ter zijde geschoven. Pas in een latere fase van deradicalisering gaat een alternatief gedachtegoed meetellen, aldus de dienst.
 

Frank Bovenkerk, bijzonder hoogleraar Radicaliserings Studies, stelt in zijn oratie dat beleid gericht moet zijn op gedragsverandering van radicalen, en niet per se op het veranderen van radicale opvattingen. Radicale opvattingen horen nu eenmaal bij een democratie, vindt hij.

 

 

Meer lezen
over religie in het publieke domein
 
p. 45 over dit discussiepunt
  
Krantenbericht over dit discussiepunt:
 
 

Zoeken in Res

Bezoekadres Kanaalweg 86 3533 HG Utrecht

Postadres Postbus 201 3500 AE Utrecht

Telefoon 030 - 297 43 21 Internationaal: +31 30 297 43 21