Adviesraden

Adviesraad Diversiteit en Integratie Amsterdam

'Het Waterloo van de inburgering. Een advies over een zinloze politieke strijd' is op 22 maart 2010 aangeboden aan de wethouder Inburgering, Freek Ossel.

 

Conclusies en aanbevelingen:

 

De geschiedenis, onze ervaringen en de inzichten van inburgeraars zelf, leren ons dat er nog veel moet veranderen. Versimpeling en vertrouwen moeten daarbij de uitgangspunten zijn. Het meten in de vorm van examenresultaten is een waardeloos instrument; welzijn, werk en gezin doen er meer toe. Om het politieke tij te keren moeten de volgende aanbevelingen doortastend uitgevoerd worden.


■ Bereken de aantallen nieuwkomers, oudkomers of inburgeringsbehoeftigen op de juiste manier en kies daarbij voor duidelijke definities. Benader de mensen meer in hun buurten en op ontmoetingsplekken als basisscholen dan vanuit het gemeentelijk overkoepelend systeem. Streef ernaar om binnen een half jaar een juist beeld te hebben van het aantal nog te scholen oudkomers en maak een juiste inschatting van het niveau van deze potentiële deelnemers.
Creëer een passend aanbod voor de verschillende doelgroepen zoals ze beschreven zijn in het recente onderzoek van Regioplan: jongeren tot 45, werkend, voor de kinderen zorgend of zoekend naar werk versus ouderen; reeds in het land van herkomst opgeleiden en ongeschoolden. Stel het beginniveau en het te behalen eindniveau per doelgroep vast en verbindt
daaraan een realistische cursusduur.


■ Het eindniveau staatsexamen of inburgeringsexamen moet alleen gelden voor de cursisten van wie, op grond van hun vooropleiding, leeftijd en competenties, verwacht kan worden dat zij dat binnen niet meer dan twee keer halen. Voor de scholing naar werk moet per soort werk vastgesteld worden wat de inhoud van het inburgeringsexamen zou moeten zijn in relatie tot
de benodigde beroepsopleiding. Voor de populatie van oudere en laaggeschoolde oudkomers moet de verplichting van het inburgeringsexamen vervallen. De plicht om, zoals op dit moment geldt, deze deelnemers drie keer examen te laten doen, voordat zij ontheffing kunnen krijgen, terwijl iedere docent al kan voorspellen dat dat niet lukt, maakt het traject voor
alle betrokkenen traumatisch en onnodig duur. Bezie ook de inhoud van het inburgeringsexamen door dit voor te leggen aan Nederlanders uit dezelfde wijken. Na deze exercitie zal het inburgeringsexamen vanzelf worden opgeheven. Het staatsexamen is voldoende.


■ Beperk de centrale activiteiten in verband met het toezicht op de instroom van nieuw- en oudkomers tot een heldere en simpele registratie bij stadsdelen en centrale stad. Laat de voorlichting, het assessment en de intake over aan gekwalificeerd personeel van de aanbieders. Nu blijkt te vaak dat de plaatsing op basis van het assessment, dat niet meer is dan een incidentele
“foto”, niet past bij de competenties van de deelnemer. Om de voortgang van het traject goed te monitoren dienen de cursisten een loopbaancoach of mentor toegewezen te krijgen door hun cursusaanbieder. Deze moet toezien op de realisering van de ambitie om al het talent te ontwikkelen en ervoor zorgen dat de hoogopgeleide vluchteling die in de schoonmaak werkt op enig moment werk kan verrichten op zijn niveau.

 

■ Laat de vorming van klassen en groepen en de vaststelling van de duur van de cursus over aan de aanbieders en bekostig de aantallen op basis van gegeven lesuren en aanwezigheid van de cursist. De koppeling aan het doen van het examen maakt de inburgering onnodig duur en zorgt niet voor het optimale resultaat. Deze verandering is ook een vereenvoudiging van het
huidige systeem, waardoor middelen vrijgemaakt kunnen worden voor het primaire proces.

■ Zorg dat het systeem voor nieuwkomers optimaal werkt met een adequaat aanbod van geaccrediteerde aanbieders en met een goede en zo eenvoudig mogelijke regelgeving voor de bekostiging door de stad en de eigen bijdrage. Koppel dit systeem aan de transitie naar werk en sociale participatie en leg de nadruk op de kansen voor kinderen door de scholen een rol te geven in het aanspreken van ouders op hun verplichtingen.


■ Zet een eigen aanpak voor de oude inburgeraars in. Het gaat hier immers om veel achterstallig onderhoud en veel verschillen per cursist. Veel activiteiten vallen eerder onder de noemer welzijn dan onder onderwijs en educatie. De concepten uit de jaren zeventig zouden afgestoft moeten worden om ingezet te worden voor een groot deel van die oudkomers.
Vrijwilligers en gepensioneerden kunnen hierbij een belangrijke rol vervullen.

■ Voor vluchtelingen moeten de taalcursussen ingezet worden op het moment dat zij asiel aanvragen. Te veel tijd gaat nu verloren waardoor de benutting van het potentieel veel geringer is dan op basis van leeftijd en opleiding verwacht kan worden. Als er geen verblijfsvergunning wordt afgegeven is er toch geïnvesteerd in menselijk kapitaal, hetgeen vanuit het budget van ontwikkelingswerk bekostigd zou kunnen worden.


■ Verder moet er goed gekeken worden naar de mogelijke inzet van de inburgeraars. Veel vluchtelingen werken onder hun niveau en zo gaat er veel kapitaal verloren. Een betere begeleiding kan meer uit deze mensen halen. Hier dienen ook werkgevers een rol te spelen. Een goed opgeleide arts behoort niet in Nederland alleen maar in aanmerking te komen voor
schoonmaakwerk.

■ De rijksoverheid moet de eigen organisatie klein en transparant houden. OCW en SZW moeten elk afzonderlijk en in goede samenwerking de leiding nemen over de cursussen en de reintegratie zonder allerlei themadirecties. De regelgeving moet drastisch versimpeld worden en het vertrouwen in gemeenten en scholen moet hersteld worden. Campagnes voor het meedoen
aan taalcursussen moeten zijn toegesneden op de doelgroep en dus dicht in de buurt worden uitgevoerd. Dure televisiereclames zijn zinloos. Wees niet bang voor een versimpeling en verbetering van de onlangs opgezette organisatie: er is immers een grote behoefte aan begeleiding in de buurt en binnen de scholen. Ambtenaren kunnen voor deze activiteiten
ingezet worden om zo ook meer kennis op te doen van de werkelijke behoeften in onze samenleving.

■ Om de Nederlandse kenniseconomie internationaal goed uit te dragen, moet er onmiddellijk gestopt worden met het opleggen van een inburgeringsverplichting aan hoogopgeleide kenniswerkers. Nu moeten hier al lange tijd werkenden voldoen aan een examenverplichting en cursussen volgen, terwijl zij die beter zouden kunnen geven. Stop deze beschamende procedure (zie Het Parool van 30-01-2010).

■ Bezie de markt van aanbieders. Er zijn veel nieuwe bedrijfjes ingezet, die onvoldoende ervaring hebben met deze gedifferentieerde doelgroep. Aanbieders die een sterke relatie hebben met de scholing naar werk zouden voorrang moeten krijgen. Dat geldt ook voor aanbieders die een relatie hebben met onderwijs- en opvoedingsinstellingen en met cultureel-educatieve
instellingen. Al tijdens het inburgeringstraject moet immers het aspect van integratie aan de orde zijn. Daarbij moet het kwaliteitsniveau van docenten nauwkeurig geaccrediteerd worden.

  

 

adviesraad amsterdam, het waterloo van de inburgering

Advies Het Waterloo van de inburgering
Een advies over een zinloze politieke strijd
nr. 24 maart 2010

downloaden [pdf] >

 

Advies ‘Botsende culturen’
Toelichting bij de film en aanbevelingen voor het college en de gemeenteraad

downloaden [pdf] >

 

 

Samenstelling Adviesraad Diversiteit en Integratie Amsterdam

downloaden [pdf] >

 

Zoeken in Si

Bezoekadres Kanaalweg 86 3533 HG Utrecht

Postadres Postbus 201 3500 AE Utrecht

Telefoon 030 - 297 43 21 Internationaal: +31 30 297 43 21